Afbeelding

Idolen

Ik neem mijn petje af voor mensen die iets kunnen wat ik niet kan. Een topsporter die grenzen verlegt, een muzikant die een zaal stil krijgt, een ondernemer die vanuit niets iets opbouwt. Maar een idool? Nee.
In mijn kindertijd maakte ik plakboeken van René en Willy van de Kerkhof. Dat was ongeveer de grens van mijn verering. Bewondering, prima, maar aanbidden is niet aan mij besteed. Adoratie is zelden onschuldig.
Dat besefte ik opnieuw toen ik de documentaire Evil Influencer zag, over Jodi Hildebrandt en Ruby Franke. Wat begon als opvoedadvies eindigde in manipulatie, isolatie en zware kindermishandeling. Tijdens het kijken dacht ik voortdurend: hoe dan? Hoe krijgen mensen het voor elkaar hun gezonde verstand zo gemakkelijk uit handen geven?
Natuurlijk, we leven in een tijd waarin iedereen een mening heeft. Over voetbal, opvoeding, klimaat, politiek en zelfs de ideale temperatuur van havermelk. Dan is het verleidelijk wanneer iemand opstaat die zegt: “Volg mij maar, ik weet precies hoe het zit.” Geen twijfel. Geen nuance. Geen ingewikkelde afwegingen. Gewoon een stappenplan naar succes, geluk en een perfect leven.
En laten we eerlijk zijn: als er morgen iemand op Instagram verschijnt die belooft dat ik met drie simpele trucs binnen notime tien kilo afval én slapend rijk word met bitcoins, dan klik ik waarschijnlijk ook even door. Daar begint het. Niet bij de influencer, maar bij de volger. Bij de gedachte dat het leven maakbaar is. Bij het idee dat er ergens iemand rondloopt die het allemaal beter weet dan wijzelf. Maar wanneer de vraag niet meer is: “Heeft die persoon gelijk?” maar: “Wat vindt hij ervan?”, dan ga je al een grens over.
Iemand met een miljoen volgers heeft niet automatisch een directe lijn met de waarheid. Sociale media hebben van deskundigheid een verdienmodel gemaakt en van charisma een bewijs van gelijk. Hoe stelliger iemand praat, hoe sneller we aannemen dat hij weet waar hij het over heeft. Ook al is de lucht nog zo hard gebakken.
Over idolen gesproken. Het WK voetbal is begonnen. Heel Nederland ligt plat en kleurt Oranje. Vanaf zondag kijken we met zijn allen weer naar onze helden.
Blijkbaar hebben we behoefte aan mensen die groter zijn dan wijzelf. Mensen aan wie we onze hoop, verwachtingen en soms zelfs ons gezonde verstand uitbesteden. Misschien moeten we die verering wat temperen. Bewonder en respecteer de voetballer om zijn techniek, de muzikant om zijn zangkunst, de ondernemer om zijn visie.
Wie echt sterk in zijn schoenen wil staan, heeft geen volgers nodig die hem aanbidden. Alleen mensen die af en toe denken: “Mooi verhaal. Maar ik denk zelf nog even na.” Hup Holland hup. Dat dan weer wel.

Susan Wiendels