Afbeelding

Eigen schuld, dikke bult

Ik rook niet. Nooit gedaan. Niet omdat ik een heilige ben, maar omdat ik het simpelweg smerig vind.
Het is opvallend. Iedereen weet dat roken slecht is, echt iedereen, en toch beginnen mensen eraan. Rokers wijzen graag naar de tabaksindustrie: marketing, verslaving, beïnvloeding. Die rol is er. In Florida werd een sigarettenfabrikant zelfs veroordeeld tot het betalen van miljoenen aan de weduwe van een kettingroker. Maar ergens schuurt het. Want hoe je het ook wendt of draait: iemand steekt zélf die eerste sigaret op.
In Nederland oordeelde het Openbaar Ministerie anders: roken is legaal, de risico’s zijn bekend, de verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij de roker zelf. Niet iedereen begint. En niet iedereen blijft roken. Er is dus wel degelijk een keuze.
Maar zelfreflectie is helaas niet bepaald het populairste woord van deze tijd. Neem het filmpje van Gerard Joling dat recent rondging. Een man gooit bier naar het podium. Lachen, stoer, aangemoedigd door vrienden en een paar glazen alcohol. Tot hij een koekje van eigen deeg krijgt. Dan is het ineens minder grappig en zijn de rapen gaar.
Daar wringt het. Niet alleen bij die biergooier. Niet alleen bij rokers. Maar breder. We leven in een tijd waarin we feilloos aanwijzen wat er mis is bij de ander: de industrie, de overheid, de buurman of de artiest, maar opvallend slecht zijn in het reflecteren op ons eigen handelen. De roker wijst naar de tabaksfabrikant. De biergooier naar de alcohol. Altijd is er iets buiten onszelf dat de schuld draagt.
Afgelopen week zat ik met vrienden aan tafel. Goed eten, mooie gesprekken, een glas wijn. Of twee. Of meer. Een paar uur later eindigde het zoals het kan gaan als je maanden geen druppel alcohol hebt gedronken: boven de wc, misselijk en kotsend. De zorgvuldig bereide maaltijd ging linea recta het riool in.
Gall & Gall ziet me al komen.
Nee. Eigen schuld, dikke bult.
Een kater begint niet bij de ander, maar bij jezelf. Zoals héél veel dingen.


Susan Wiendels