
Vernieuwde Molukse Barak in Openluchtmuseum
Persoonlijke verhalen van de Molukse gemeenschap
ARNHEM/ZEVENAAR - In het Nederlands Openluchtmuseum is de Molukse Barak weer te bezoeken, na een uitgebreide restauratie en herinrichting.
In samenwerking met nazaten van de Molukse gezinnen die tussen 1954 en 1962 in barakkenkamp Lage Mierde woonden na hun komst uit de Molukken, worden persoonlijke verhalen verteld aan de hand van vier thema’s: politiek & herkomst, Ttaditie, geloof en verbinding.
De bezoeker ervaart de geschiedenis van de Molukkers in Nederland vanuit meerdere perspectieven: vanuit verschillende generaties, collectieve en persoonlijke verhalen en de blik van toen en nu. Op basis van nieuw beeldmateriaal konden de diorama’s in de barak na de herinrichting nog authentieker ingericht worden.
Sterke identiteit
Foto’s, videofragmenten, objecten, documenten en interviews met acht nazaten, Sharnila, Joey, Shalissa, Nadine, Helène, Djino en Jany, van bewoners laten het leven in de barak zien tussen ’54 en ’62 en geven een beeld van de huidige Molukse gemeenschap: homogeen maar ook divers, met een sterke identiteit en een hechte sociale structuur. Deze nazaten namen in de afgelopen periode samen met het Openluchtmuseum deel aan een intensief participatieproject.
De Molukse barak staat in het Openluchtmuseum sinds 2003. Reden voor de vernieuwing was het feit dat de inrichting van de barak en het verhaal dat daar werd verteld intussen verouderd waren. De barak uit 1939 was onderdeel van woonoord Lage Mierde (Noord-Brabant). Achttien Molukse gezinnen van voormalige KNIL-militairen woonden daar dicht op elkaar. Aan de hand van de vier genoemde thema’s wordt het leven van de gezinnen belicht.
Woonoord Lage Mierde bestond uit een centrale barak, woonbarakken, pomphuis, magazijn en wasgelegenheden. De meeste gebouwen werden in de loop van de tijd afgebroken. In 2001 resteerde zo alleen nog de centrale barak. In de barak in het Openluchtmuseum ziet de bezoeker, naast de vernieuwde presentatie, onder meer de centrale keuken, waar Molukkers hun warme eten konden ophalen en de woning van de Nederlandse kampbeheerder.
Ongewild naar Nederland
In 1951 werden 12.900 Molukse mensen naar Nederland overgebracht. Het waren overwegend militairen die gediend hadden in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen.
Bij aankomst werden ze ontslagen. Ze werden ondergebracht in woonoorden verspreid over Nederland. Van 1954 tot 1962 woonden achttien Molukse gezinnen in barakkenkamp Lage Mierde. Hun verblijf zou tijdelijk zijn. Het liefst zouden de bewoners onmiddellijk terugreizen. Voor de meesten kwam dat moment nooit. Ook in Zevenaar kwamen veel Molukse gezinnen terecht in de P.C. Hooftstraat en de Bloemenbuurt.
De behandeling door de Nederlandse overheid leidde onder Molukkers tot diepe teleurstelling en woede. Dat mondde uit in gewelddadige acties in de jaren ’70. Sindsdien wordt gewerkt aan herstel van relaties.
Erkenning in Zevenaar
Zo werd op 18 april in Zevenaar het leed van de eerste generatie Molukkers herdacht. Burgemeester Lucien van Riswijk sprak daarbij officieel erkenning uit.
De herdenking volgde op een raadsbesluit uit 2025, waarin de graven van voormalige Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger-militairen en hun echtgenotes een bijzondere status kregen en tot 2060 vrijgesteld werden van grafrechten. Ook werden monumenten geplaatst op drie begraafplaatsen. Tijdens de herdenking werden namen voorgelezen, monumenten onthuld en bloemen gelegd.
