
Leerlingen onthullen laatste Stolpersteine in Zevenaar
AlgemeenZEVENAAR - Ook Levie, Bertha, Billa, Joseph, Emile, Sibilla en Henry Gans hebben hun gezicht terug. Op 26 februari onthulden leerlingen van het Agora-onderwijs van het Liemers College de laatste zeven van de 32 Stolpersteine in Zevenaar. Bij elke Stolperstein legden de leerlingen kleine steentjes, een ritueel van respect.
Door Susan Wiendels
De Stolpersteine herinneren aan Joodse inwoners van Zevenaar die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd en vermoord. Elk steentje ligt voor het huis waar zij ooit woonden. Het project begon jaren geleden door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig en wereldwijd liggen inmiddels meer dan 100.000 van deze stenen. Zoals de naam al zegt, is een Stolperstein een steen waarover je struikelt: niet letterlijk, maar met je hoofd en hart. Deze kleine messing stenen van tien bij tien centimeter laten voorbijgangers stilstaan bij iets groots: zes miljoen mensen werden gedwongen hun huizen te verlaten, het overgrote deel kwam nooit meer terug. Van de Zevenaarse Joodse gemeenschap maakten 32 mensen deel uit van deze tragedie.
Historicus Willem Franck en Bernolf Kramer van de Stichting Sobibor maakten tijdens de onthulling de persoonlijke verhalen van de slachtoffers tastbaar. Op Arnhemseweg 11 woonden meer dan 80 jaar geleden Levie Gans met zijn vrouw Bertha, zijn zus Billa en broer Joseph. Even verderop, op nummer 36, woonden Emile Gans met zijn vrouw Sibilla en zoon Henry. Allemaal werden ze in mei 1943 gedeporteerd: eerst naar Vught, daarna naar Westerbork en tenslotte naar Sobibor. “Een reis van drie dagen,” vertelde Bernolf Kramer, wiens grootouders uit Zevenaar kwamen. “Via hun verhalen kwam ik op het spoor van Sobibor.”
Kramer benadrukte dat de verschrikkingen van Sobibor net zo groot waren als die van Auschwitz, hoewel daar vaak meer over wordt gesproken. “Eenmaal daar aangekomen, vond het overgrote deel van de mensen binnen een half uur de dood. Van de 34.000 mensen die naar Sobibor werden gebracht, overleefden er slechts 18. Met onze stichting willen we de herinnering levend houden, vooral door voorlichting en educatie.”
Lees verder op pagina 11
Niet iedereen werd gedeporteerd. Zo overleefden Sally ‘Bartje’ Gans, zijn vrouw Netty en schoonzus Bella Cohen de oorlog door onder te duiken. Willem Franck: “Eerst bij boer Kees van Schie op boerderij Wellinghoeve, later in Eldrik. Bartje liet zich soms te veel buiten zien, wat levensgevaarlijk was, ook voor de onderduikbieders.”
De verhalen maakten diepe indruk op de leerlingen én op onderwijsondersteuner Joram van Kempen. “Elke keer dat ik hier nu langs fiets, denk ik aan het echte verhaal van deze mensen,” vertelde hij.
