
Henk Wolf, Theo Hammink en Jan Wieggers zijn zeventig jaar lid van fanfare St. Gregorius
AlgemeenGIESBEEK - Theo Hammink, Jan Wieggers en Henk Wolf grossieren in gelijkenissen en mijlpalen. Alle drie tellen ze tachtig lentes, zijn ze Lid in de Orde van Oranje, zeventig jaar lid van St. Gregorius én erelid en lid van verdienste van de fanfare in Giesbeek. Zet de drie muziekfanaten aan één tafel en ze raken niet uitgepraat over hun passie.
Door Susan Wiendels
Ontspannen verhalen de mannen over hoe het in september 1954 allemaal begon. In een noodgebouw aan de Kerkstraat zetten ze hun eerste schreden op muzikaal gebied. Jan Wieggers: “Daar stond toen nog een kolenhok.” Een schril contrast met de moderne ambiance in Kulturhus De Brede Blik, waar ze nu samenkomen.
Voetbal of muziek
Henk Wolf: “In Giesbeek was er in de jaren vijftig niet zo heel veel te doen, je koos voor voetbal of muziek. Ik had weinig met voetbal, dus mijn keuze was snel gemaakt.”
Dat gold ook voor Theo Hammink, al speelde de spreekwoordelijke paplepel eveneens een belangrijke rol in deze keuze. “Mijn vader was bestuurslid en speelde tuba bij St. Gregorius. Ik was negen jaar toen hij thuiskwam met een koffertje onder zijn arm. Toen ik ‘m opendeed zat er een saxofoon in. ‘Probeer er maar geluid uit te krijgen’, zei mijn vader. Jan Wieggers hield het na een half jaar gezien bij de voetbalclub: “Ik vond er geen zak aan,” zegt hij met een grijns. St. Gregorius bleek vervolgens wel een match. “Ik kreeg les van mijn oom, Frans Meurkes. Als ik een keer geen zin had, dan ging mijn moeder naar ome Frans om dat te zeggen en dan kwam hij me ophalen.”
Op hun veertiende maakten de drie de overstap van het opleidingsorkest naar het ‘normale’ orkest. Henk op de piston, Theo op de sopraansax en Jan op de tuba. Bleef Jan al die zeventig jaren trouw aan ‘zijn’ tuba, Henk en Theo wisselden van instrument. Henk speelde later op de corhoorn en de schuiftrombone, Theo groeide door naar de baritonsax.
Slechts een blauwe maandag misten Theo en Jan de repetities van St. Gregorius, in de tijd dat ze in militaire dienst zaten. Daar mochten ze hun muzikale skills inzetten, al ging dat bij Jan aanvankelijk niet van een leien dakje. “Ik zat bij de aan- en afvoertroepen in Tilburg. Ik wilde bij de muziek, maar dat mocht niet. Ik moest m’n rijbewijs halen. Toen ben ik bewust gezakt en toen konden ze geen kant meer op. Hij schatert: “Zo kwam ik bij het tamboerkorps Der Interdance terecht.” Theo vervulde zijn militaire dienstplicht bij de marine in Hilversum. “Ik kon me direct aansluiten bij de matrozenkapel waar ze wel een baritonsaxofonist konden gebruiken.”
Eenmaal terug in Giesbeek pakten ze als vanouds de draad weer op bij St. Gregorius. Naast hun muzikale inbreng, droegen Henk, Jan en Theo ook op bestuurlijk vlak hun steentje bij en lieten ze hun handjes wapperen voor hun vereniging. Een tipje van de sluier van hun palmares: Jan en Henk zijn al tientallen jaren dé kartrekkers van de supportersvereniging. Befaamd zijn de antiekmarkten die zij jarenlang twee keer per jaar organiseerden en het nodige geld in het laadje van de vereniging brachten.
Henk zat 29 jaar in het bestuur, een periode waarin hij 24 jaar voorzitter was. Bovendien had hij jarenlang de opslag van instrumenten en de uniformen in zijn beheer. Zijn vrouw Henny zorgde geheel vrijwillig voor het verstelwerk van de uniformen.
Jan was de man van de centen. Maar liefst 34 jaar zat hij in het bestuur, waarvan hij dertig jaar penningmeester was.
Theo was achttien jaar bestuurslid. Daarnaast was hij voor een langere periode plaatsvervangend dirigent. De functie van dirigent nam hij later ook aan bij de nieuwe hofkapel in Giesbeek, die vooral carnavalsmuziek speelde. Én bij het leerlingenorkest. “Ik vind het echt heel leuk om jongeren iets bij te brengen. Daarom ben ik theorielessen gaan geven aan de jeugd. Ik kreeg daar echt enorm veel voldoening van. Van daaruit ontstond het jeugdorkest, waar ik dirigent van werd. Dat orkest heeft meer dan tien jaar bestaan.”
Nog steeds zit er geen sleet op het enthousiasme van het drietal, al heeft Henk even een pas op de plaats moeten maken vanwege zijn gezondheid. “Ik ben geopereerd vanwege slokdarmkanker.” Maar actief is en blijft hij voor St. Gregorius. “Zo heb ik gisteren samen met Jan nog oud papier opgehaald. Jan: “Elke euro is er eentje.”
Een leven zonder muziek, ze kunnen het zich niet voorstellen. Jan Wieggers wijst naar zijn tuba: “Als je het goed wilt blijven doen, moet je het ding elke avond wel even aan de lippen hebben. Een keer of vier per week trek ik me terug in m’n schuurtje en dan ga ik er een halfuurtje tegenaan. Ik kijk altijd uit naar de repetitieavond op donderdag.
Theo: “Het spelen in een orkest geeft voldoening zowel lichamelijk én geestelijk.”
Henk: “Als je muziek maakt, denk je nergens anders meer aan.”
Erfenis
Hun muzikale passie hebben ze al lang en breed aan de volgende generaties doorgegeven. Theo: “Mijn dochter Monique en kleindochters Anouk en Inez zijn ook actief lid.” Jan: “Mijn dochter Sonja is slagwerker binnen de slagwerkgroep van St. Gregorius en mijn kleinzoon Dirk en kleindochter Loes spelen ook in het orkest.”
Tijdens het traditionele jaarfeest van St. Gregorius op 25 januari worden Sonja, Dirk en Anouk tegelijkertijd met hun vader en opa’s in het zonnetje gezet. Sonja is veertig jaar lid, Dirk en Anouk 12,5 jaar. Maar de absolute helden van deze avond zijn Henk Wolf, Theo Hammink en Jan Wieggers. Drie mannen, samen 210 jaar muziekervaring, ongekend.

