
Gunter Demnig legt eerste vijf Stolpersteine in Zevenaar: gezin Rosenberg krijgt een gezicht
AlgemeenZEVENAAR - Foto’s zijn er niet van het Joodse gezin. Toch hebben vader David, moeder Julia en hun kinderen Louis ‘Wieke, Alida ‘Alie’ en Joseph ‘Jopie’ Rosenberg sinds vorige week hun gezicht terug. De eerste vijf Stolpersteine in Zevenaar dragen hun naam.
Door Susan Wiendels
“Want”, zo redeneerde ook Gunter Demnig, “een mens is pas vergeten als men zijn naam is vergeten.” In hoogst eigen persoon legde Demnig de herinneringsstenen op de plek waar de familie Rosenberg tot 1943 woonde, speelde, werkte en dromen had: aan de Grietsestraat 54, waar nu dameskleding wordt verkocht.
Zij maakten deel uit van een kleine, bloeiende Joodse gemeenschap met een eigen synagoge in de gemeente Zevenaar. In 1940 telde Zevenaar vijftig Joodse inwoners; vijf jaar later waren dat er nog maar veertien. Vier personen stierven een natuurlijke dood, voor 32 inwoners was een vernietigingskamp hun eindbestemming. Zoals het gezin Rosenberg. Het spoor naar Sobibor kende in 1943 geen terugweg.
Loco-burgemeester Bart Kagei: “Hoe pijnlijk dit verhaal ook is, toch moeten we dit stuk geschiedenis blijven vertellen. Over de mensen van toen en over wat hen is aangedaan. Over hun vergeefse hoop en wanhoop. Niemand zal ooit exact weten wat David, Julia, Louis, Alida en Joseph dachten toen zij in Westerbork in de trein stapten.” Al had Wieke wel een voorgevoel aldus historicus Willem Franck van de Cultuurhistorische Vereniging Zevenaar. “Van hem is een briefkaart bewaard gebleven die hij vanuit Vught schreef gericht aan ‘Beste Vrienden’. Hij eindigt met de woorden ‘Denkt u dat ik er niet meer ben. Informeer dan de Joodse Raad.’
Franck doet al meer al meer dan tien jaar historisch onderzoek naar de Joodse gemeenschap van Zevenaar en is duidelijk geëmotioneerd na het leggen van de eerste vijf Stolpersteine. “In de periode 1933-1940 heeft de gemeente Zevenaar niet omgekeken naar de vele Joods vluchtelingen die hier per trein aankwamen”, vertelt hij, terwijl op de achtergrond Ella Visser een Jiddisch lied op de gitaar inzet. Hij vervolgt: “En ook na de oorlog is er weinig aandacht geweest voor Joods Zevenaar. Pas in 1990 is er een gedenksteen in het gemeentehuis aan het Raadhuisplein geplaatst en in 2015 kwam er een gedenksteen voor alle 32 Zevenaarse Joodse slachtoffers uit 1942 en 1943 in de Grietsestraat. Wijlen Henk Herstel spande zich tien jaar geleden al in om de Stolpersteine naar Zevenaar te halen, maar hij vond toen geen gehoor. Ik ben ontzettend blij dat de raad in 2021 wél unaniem voor de motie van de PvdA stemde. Als er iemand straks een Stolpersteine-wandeling door Zevenaar bedenkt, zou ik het heel passend vinden om die wandeling naar hem te noemen.”
Een wandeling langs 32 stenen. Want na de eerste vijf volgen er de komende tijd nog 27 voor alle andere slachtoffers. Deze legt de gemeente Zevenaar zelf op plekken waar zij destijds woonden. Om dat te bepalen en nabestaanden te traceren voor toestemming, was heel wat zoekwerk nodig. Een puzzel die de CVZ met passie legde.
Zoals de locatie van het Joodse gezin van Abraham Goud. Abraham Goud stierf in 1941 een natuurlijke dood. Zijn vrouw Esther en de kleine Berthie van drie jaar doken eind 1942 onder in Haarlem, apart van elkaar. Esther werd verraden en stierf al in april 1943 in Sobibor. Berthie overleefde en leeft nog steeds, zij het in fragiele gezondheid. Bart Kagei: “Wat zou het bijzonder zijn als zij de volgende keer zelf aanwezig zou zijn bij het leggen van de Stolperstein voor haar moeder Esther Goud-van der Hoeden op de plek van het woonhuis waar zij in 1939 werd geboren.” Ook Willem Franck hoopt het van ganser harte. “Ik heb in augustus nog contact met Berthie gehad. Wat zou dat mooi zijn.”
Tientallen Zevenaarders luisterden geroerd naar zijn verhaal. Over het doodnormale gezin Rosenberg en de Joodse Zevenaarse gemeenschap. De naam zegt het al: een Stolperstein is een steen waarover je struikelt. Niet zozeer letterlijk, maar met je hoofd en hart. De messing stenen meten slechts tien bij tien centimeter, maar laten in hun bescheiden omvang voorbijgangers struikelen en stilstaan bij iets bizar groots: de deportatie van zes miljoen mensen. In elke steen staan de naam, geboorte- en sterfdatum en -plek van een van hen gegraveerd.
“Laten we deze herinneringen levend houden, elke dag weer. En laten we stilstaan bij het feit dat de vrijheid waarin wij leven een kostbaar, maar ook kwetsbaar goed is. De generatie die het heeft meegemaakt raakt uitgestorven en ik merk zelf dat de aandacht voor wat er toen is gebeurd minder wordt. Sterker nog, de geschiedenis herhaalt zich. Ik zie het tegenwoordig terugkomen dat groepen mensen als een bedreiging voor de samenleving worden gezien. Discriminatie, ontmenselijking en angstcampagnes zijn aan de orde van de dag.
Het gevaar van wegkijken en onverschilligheid liggen op de loer. We moeten elkaar beschermen, ongeacht wie we zijn en waar we vandaan komen”, besloot Kagei.




